Ontbinding van de arbeidsovereenkomst

Ontbinding

Een arbeidsovereenkomst is een bijzondere overeenkomst. In principe kunnen alle overeenkomsten worden ontbonden (= ongedaan gemaakt) als de partijen die de overeenkomst hebben gemaakt daarmee akkoord gaan. Dat wordt dan bettield als “”minnelijk”. Als partijen er samen niet uit kunnen komen dan kan een van de partijen zich wenden tot de bevoegde rechter. Voor arbeidszaken is dat bijna altijd de kantonrechter, of zoals dat formeel heet: de rechter van de sector kanton van de rechtbank. In welke gevallen wordt geregeld overgegaan tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst? Als de werkgever zijn organisatie wil aanpassen en daardoor voor bepaalde werknemers niet echt een functie meer heeft maar desondanks geen ontslagvergunning krijgt. Of wanneer een werkgever een werknemer ontslag op staande voet heeft gegeven en vervolgens een mogelijk lang slepende procedure wil voorkomen.

De ontbindingsprocedure kan door de werkgever ook worden benut als sprake is van een situatie waarbij mogelijk geen ontslagvergunning wordt verkregen of, indien verkregen, niet gebruikt kan worden omdat een van de ontslagverboden als genoemd in artikel 7:670 BW van toepassing is. In de procedure die dan volgt en door de kantonrechter wordt behandeld ontstaat dan voor de kantonrechter de mogelijkheid vast te stellen of de reden /oorzaak voor het gewenste einde van de arbeidsovereenkomst  is gelegen in het bestaan van dat opzegverbod.